Biomaterialen

GEISTLICH BIOMATERIALEN

Sinusbodem elevatie

Bij verlies van een premolaar of molaar, blijkt de posteriore maxillaire bothoogte vaak onvoldoende voor het plaatsen van een implantaat. Met een sinusbodemelevatie procedure wordt meer bothoogte gecreëerd. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van de laterale window techniek (Tatum) of de transcrestale Summers’ techniek.
Voordat het implantaat geplaatst kan worden dient een botaugmentatie procedure plaats te vinden. Dit kan middels een twee-fase-chirurgie of een enkel-fase chirurgie. Uiteraard dient vooraf geanalyseerd te worden welke methode het meest geschikt is. De volgende vereenvoudigde richtlijnen kunnen worden gehanteerd1:

Resterende bothoogte >10 mm (class A)
Klassieke implantaat procedure
Resterende bothoogte 7 – 9 mm (class B)
Osteotome techniek
Immediate implantaat plaatsing
Resterende bothoogte 4 – 6 mm (class C)
Laterale osteotomie
Bot vervangingsmateriaal
Immediate of ´delayed´ implantaat plaatsing
Resterende bothoogte 1–3 mm (class D)
Laterale osteotomie
Botvervangingsmateriaal
´Delayed´ implantaat plaatsing

Immediate implantaat plaatsing wordt niet aanbevolen bij een resterende bothoogte <4 mm of slechte botkwaliteit.

De grote betrouwbaarheid van Geistlich biomaterialen bij sinusbodem elevatie wordt aangetoond in vele studies.2-5 Biomaterialen van xenogene oorsprong – zoals Geistlich biomaterialen – geven een beter lange-termijn resultaat dan autologe materialen. 6

Laterale sinuslift - Biomaterialen

Laterale sinusbodem verhoging

Zeer betrouwbare methode volgens Tatum waarbij veel controle behoudt.

Implant survival rate tussen de 61,2% – 100%.

Perforatie van het Schneideriaan membraan komt in ongeveer 10% – 20% van de gevallen voor. Kleine perforaties kunnen eenvoudig met een resorbeerbare Geistlich Bio-Gide collageen membraan worden hersteld, waarna procedure door kan gaan.

Immediate implantaat plaatsing of delayed plaatsing is afhankelijk van de resterende bothoogte

Crestale sinuslift - biomaterialen

Crestale sinusbodem verhoging

De Summers methode kan gebruikt worden bij een brede ridge met respectievelijk vlakke crest met een oorspronkelijke bothoogte van >5 mm.

Minder controle-perforatie van het Schneideriaan membraan kan hier lastig te voorkomen zijn.

Is geschikt voor immediate plaatsing van het implantaat.

IMPLANT SURVIVAL RATE (%)

Door toepassing van een collageen membraan, neemt de implant survival rate met 9.3% significant toe (meta-analyse in patiënten). 4

Het gebruik van een membraan zoals Geistlich Bio-Gide® verhoogt de implant survival rate significant.7

De resorbeerbare Geistlich Bio-Gide® kan tevens worden gebruikt om een geperforeerd Schneiders membraan te beschermen tijdens de behandeling en het genezingsproces. 8

Implant survival rate
Prevention sinusbodemelevatie - Biomaterialen

Alternatieven voor sinusbodemelevatie

Ridge Preservation en korte implantaten kunnen een goed alternatief zijn voor sinusbodemelevatie. Indien een Ridge Preservation procedure wordt uitgevoerd direct ná de extractie van een element, is dit een minimaal invasieve benadering, waarbij meer dan 90% van het botvolume in de posteriore regio kan worden  behouden.9 Tijdens de daaropvolgende standaard implantaatplaatsing is aanvullende botaugmentatie meestal niet noodzakelijk. 10

Ondanks dat lange implantaten worden gezien als de beste optie, kunnen implantaten korter dan 10mm een goed alternatief vormen. Ontwikkelingen in eigenschappen en structuur van het oppervlak, hebben het contactgebied bot- tot-implantaat verbetert, wat leidt tot een beter primaire stabiliteit en osseointegratie. 11

Desondanks kennen korte implantaten beperkingen, o.a.: ongunstige kroon-implantaat ratio, verminderde esthetiek in de anteriore maxilla. Daarnaast is bij casussen met weinig botverlies, het risico op implantaatverlies hoger door verminderd bot-tot-implantaat contact. 12

Indicatie gerelateerde producten:

Referenties:

  1. Jensen OT, et al., International J Oral Maxillofac Impl 1998; 13 Suppl: 11-45 (Clinical study).
  2. Valentini P, Abensur D, Int J Periodontics Restorative Dent 1997; 17(3): 232-41 (Clinical study).
  3. Valentini P, et al., Int J Periodontics Restorative Dent 2000; 20(3): 245-53 (Clinical study).
  4. Traini T, et al., J Periodontol 2007; 78(5): 955-61 (Clinical study).
  5. Valentini P, et al., Clin Oral Implants Res 1998; 9(1): 59-64 (Clinical study).
  6. Aghaloo TL, Moy PK, Int J Oral Maxillofac Implants 2007; 22: 49-70 (Clinical study).
  7. Pjetursson BE, et al., J Clin Periodontol 2008; 35 (Suppl. 8): 216-40 (Systematic review).
  8. Alayan J, Ivanovski S, Clin Oral Implants Res. 2018 Feb;29(2):248-262 (Clinical study).
  9. Rasperini G, et al., Int J Periodontics Restorative Dent 2010; 30(3):265-73 (Clinical study).
  10. Weng D, et al., Eur J Oral Implantol 2011; 4 (Suppl): 59-66 (Systematic review).
  11. Jain N, et al., J Clin Diagn Res 2016; 10(9): Ze14-ze17 (Clinical study).
  12. Palacios JAV, et al., Clin Oral Investig 2018; 22(1): 69-80 (Clinical study).
  13. Pubmed February 2020. Search term “Bio-Oss” and “Sinus”.